Geschiedenis

geschiedenisDe osteopathie vindt zijn oorsprong in de vorige eeuw en is ontwikkeld door de Amerikaanse arts Andrew T. Still (1828-1917). Hij combineerde zijn medische kennis met zijn eigen, nieuwe inzichten. Zo kwam hij tot het inzicht dat alle lichaamsweefsels een zekere mate van beweging behoren te vertonen en dat verlies van deze beweeglijkheid een nadelige invloed heeft op de gezondheid. Hij ontwikkelde een manier om met zijn handen weefsels met verminderde beweeglijkheid in het lichaam te kunnen opsporen. Met speciale handelingen herstelde hij de beweeglijkheid, om zo een genezend effect op het lichaam uit te oefenen. Deze behandelwijze was toen al en is nu nog steeds revolutionair omdat het lichaam wordt aangezet tot zelfgenezing op ogenschijnlijk eenvoudige en subtiele wijze.

Een uitspraak van Still in dit verband is: Daar, waar de weefsels goed beweeglijk zijn, krijgt ziekte geen kans. In 1891 stichtte Still in Kirksville 'The American School of Osteopathie'. Dit was het startsein voor een verdere uitwerking en ontwikkeling van de osteopathie. De laatste tien jaar raakt osteopathie ook in Nederland steeds meer bekend. De osteopathische denkwijze is holistisch, d.w.z. er wordt geen ziekte behandeld, maar de (zieke) mens! Belangrijk binnen de osteopathische denkwijze is het feit dat alles in het menselijk lichaam beweeglijk is, bewegen kan en vooral bewegen moet! Deze bewegingen gaan van groot (armen en benen en romp) tot zeer klein en specifiek (organen en zenuwstelsel). En wel 24 uur per dag.

In de Verenigde Staten en Engeland is osteopathie inmiddels een erkende vorm van gezondheidszorg geworden. In Engeland was de inmiddels overleden Prinses Diana beschermvrouwe van de osteopaten. Via Engeland en Frankrijk is de osteopathie in Europa bekend geworden. Zo ook in Nederland. In Europa gaat men osteopathie steeds meer erkennen.